Overweeg je eiceldonor te worden?

Stel de juiste vragen: aan je arts, en aan jezelf

Eiceldonatie kan iemand helpen om een kind te krijgen. Voor jou als donor is het wel een medische behandeling: enkele weken hormonen, controles en een ingreep onder verdoving. Om goed te kunnen kiezen, heb je volledige informatie nodig, ook over wat nog niet geweten is. Hier lees je in gewone taal waar het vaak wringt, en welke vragen je best stelt.

01 · Context

Het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek

Eiceldonatie wordt vaak voorgesteld als veilig en eenvoudig. Wat daarbij meestal ontbreekt, is het verschil tussen “er zijn geen risico's” en “we weten het niet”. Over de eerste weken is redelijk veel bekend. Over de jaren daarna bijna niets.

Wat wél bekend is

De hormonen kunnen bijwerkingen geven, zoals een opgezette buik, pijn, hoofdpijn of stemmingswisselingen. Soms reageren de eierstokken te sterk: dat heet ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) en kan in ernstige gevallen een ziekenhuisopname vragen. De punctie zelf kan, zoals elke ingreep, leiden tot een bloeding, een infectie of problemen door de verdoving. Meestal loopt alles goed, maar risicoloos is het niet.

Wat niet onderzocht is

Hoe het donoren jaren later vergaat, bijvoorbeeld op vlak van vruchtbaarheid, hormonen of de kans op bepaalde aandoeningen, is nauwelijks onderzocht. Er bestaat geen register dat donoren op lange termijn volgt. Daardoor kan niemand je met zekerheid zeggen wat de gevolgen op lange termijn zijn, ook je arts niet.

Na de punctie stopt de opvolging

Meestal eindigt het contact met de kliniek kort na de punctie. Krijg je later gezondheidsklachten, dan wordt dat nergens bijgehouden en komt het niet terug bij de kliniek of in onderzoek. Zo blijven mogelijke problemen onzichtbaar, en lijkt het alsof ze er niet zijn.

Waarom wordt het zo weinig onderzocht?

Donoren jarenlang opvolgen kost tijd en geld, en niemand is er duidelijk verantwoordelijk voor. Na de punctie ben je geen patiënt meer van de kliniek, en voor klinieken en eicelbanken is zulk onderzoek geen prioriteit. Resultaten over risico's kunnen bovendien gevolgen hebben voor het werven van donoren en voor vragen over aansprakelijkheid. Donoren zelf zijn niet georganiseerd om zulk onderzoek te vragen.

Voor jou betekent dat: zonder gegevens kan je de risico's moeilijk afwegen, en dus ook niet volledig geïnformeerd toestemming geven. Krijg je later gezondheidsklachten, dan is een verband met de donatie moeilijk aan te tonen. Dat kan het lastiger maken om een beroep te doen op de verplichte verzekering voor donoren.

Wie geeft je de informatie?

Veel informatie over eiceldonatie komt van klinieken die zelf donoren zoeken. Hun websites spreken vaak over tekorten, solidariteit tussen vrouwen en een “geschenk”. Risico's krijgen daar weinig plaats, of worden kort en geruststellend vermeld. Dat is wervende informatie, geen volledige.

Het is meer dan een klein gebaar

Donatie klinkt soms als een kleine moeite. In werkelijkheid vraagt het weken van inspuitingen, echo's en bloedafnames, een ingreep en herstel. Dat is echte lichamelijke inzet, en die mag je meewegen in je beslissing.

Toestemming geven is pas echt als je alles weet

Donoren geven achteraf vaak aan dat ze niet goed wisten waar ze ja tegen zeiden: over bijwerkingen, over wat er met hun eicellen gebeurt, over het aantal kinderen dat geboren wordt, of over contact later. Vraag dat dus vooraf, en laat de antwoorden noteren.

Je arts is wettelijk verplicht je correct en volledig te informeren, ook over wat onzeker is. Stel je vragen dus gerust, en vraag door als een antwoord vaag blijft.

02 · De vragenlijst

Welke vragen kan je stellen?

Hieronder vind je een uitgebreide lijst, gegroepeerd per thema, om je op weg te helpen naar een beslissing die jouw belangen en veiligheid vooropstelt.

Thema 01

Algemene vragen

  • Gebeurt het nog vaak dat vrouwen dit willen doen, en wat motiveert hen?
  • Is er een mogelijkheid om met andere donoren te praten en hun ervaring te horen?
  • Hoe verloopt een standaardprocedure tot donatie, en welke stappen moet ik doorlopen?
  • Wat houdt de psychologische opvolging vanuit de instelling precies in, en waarom gebeurt die?
  • Kan een psycholoog beslissen dat ik niet geschikt ben? Gebeurt dat wel eens, en wat is daarin doorslaggevend?
  • Hoeveel sessies moet ik volgen?

Thema 02

Over de eicelpunctie

  • Hoe verloopt de punctie precies, en doet ze pijn?
  • Gebeurt dit onder plaatselijke verdoving? Kan ik dat weigeren of voor een ander type verdoving kiezen?
  • Kan er iets mislopen, hoe vaak gebeurt dat, en wie controleert die gegevens?
  • Wat gebeurt er bij complicaties, en word ik vergoed voor eventuele lichamelijke schade? Onder welke wet?
  • Als de wensouders niet alle eicellen gebruiken, wat gebeurt er dan met mijn lichaamsmateriaal?
  • Wordt er winst gemaakt met mijn donatie?
  • Wordt mijn lichaamsmateriaal gebruikt voor transnationale fertiliteitsbehandelingen? Kan ik aangeven dat niet te willen, en hoe wordt me verzekerd dat dit niet gebeurt?
  • Als ik beslis het resterende lichaamsmateriaal te doneren aan wetenschappelijk onderzoek, wat houdt dat precies in?

Thema 03

Hormonen

  • Hoe zwaar is de hormonenbehandeling, en waar mag ik mij precies aan verwachten?
  • Kan ik tijdens de procedure stoppen met de hormonenbehandeling of de donatie, om welke reden ook? Wie draagt dan de kosten?
  • Krijg ik medische en psychologische begeleiding bij mogelijke bijwerkingen, en in welke vorm?
  • Zijn er bijzondere risicofactoren op mij van toepassing, zoals endometriose of PCOS?
  • Kan ik kiezen voor een lichtere hormonale stimulatie?
  • Kan ik altijd iemand bereiken bij vragen over de hormonen of als er iets misloopt? Wie contacteer ik dan?
  • Houdt mijn donatie een risico in op gevolgen op lange termijn, en hoe wordt dit opgevolgd?

Thema 04

Rechten en plichten

  • Welke rechten en plichten heb ik ten aanzien van de wensouders, van een eventueel kind en van de fertiliteitsinstelling?
  • Hebben de fertiliteitsinstelling en de wensouders ook plichten tegenover mij, en waar staat dat beschreven?
  • Word ik betaald voor een eiceldonatie, en telt een onkostenvergoeding als betaling?
  • Wat reken ik allemaal mee in een onkostenvergoeding: verloren werkuren, verplaatsingen, medische afspraken, fysiek en psychologisch ongemak, ziektedagen?
  • Is het gebruikelijk dat wensouders alles betalen, en begeleidt de fertiliteitsinstelling daarin? Wie adviseert mij anders?
  • Hoe wordt een contract of overeenkomst opgesteld met de fertiliteitsinstelling en de wensouders, en wie begeleidt mij daarbij?
  • Wie beslist wat er gebeurt met de overschot aan eicellen, en wat zijn mijn opties als de eicellen wettelijk eigendom zijn van de wensouders of de instelling?

03 · Op langere termijn

Denk ook aan de toekomst

Een donatie stopt niet bij de punctie. Uit jouw eicellen kunnen kinderen geboren worden, soms in meer dan één gezin. Dat verbindt je met hen, ook als je hen nooit ontmoet.

Anonimiteit kan niemand nog beloven

In België wordt donoranonimiteit afgeschaft, zodat donorkinderen later kunnen weten van wie ze afstammen. Daarnaast vinden veel mensen via commerciële DNA-tests hun biologische familie terug. Ga er dus van uit dat een donorkind jou of je familie later kan vinden. Hoe zou jij je voelen bij zulk contact?

Je hoort vaak niet wat er van je donatie komt

Donoren krijgen meestal niet te horen of er een kind geboren is, en hoeveel. Vraag vooraf wat je te weten komt, en of je dat later kan opvragen.

Gezondheidsinformatie gaat twee kanten op

Als donor ben je wettelijk verplicht om erfelijke aandoeningen die later bij jou aan het licht komen door te geven aan de fertiliteitsinstelling. Omgekeerd kan bij het donorkind iets ontdekt worden dat voor jou belangrijk is. Uit het verleden blijkt dat deze informatie vaak niet, of niet correct, wordt doorgegeven. Dat geldt in beide richtingen.

Daarnaast word je uitgebreid genetisch getest. Zo kan je iets over je eigen gezondheid te weten komen dat je anders nooit geweten had, bijvoorbeeld dat je drager bent van een erfelijke aandoening. Denk vooraf na of je dat wil weten, en of je met die kennis kan leven.

Vraag na:

  • Op welke aandoeningen word ik getest, en krijg ik de resultaten te horen?
  • Kan ik kiezen om bepaalde resultaten niet te weten?
  • Krijg ik begeleiding, bijvoorbeeld van een genetisch consulent, als er iets gevonden wordt?
  • Wie bewaart mijn genetische gegevens, hoe lang, en wie kan ze inzien?
  • Hoe en via wie wordt informatie doorgegeven, in beide richtingen?

Doneer je aan iemand die je kent?

Steeds vaker vragen fertiliteitscentra wensouders om zelf een donor te zoeken in hun eigen omgeving. Dat kan warm aanvoelen, maar het maakt nee zeggen moeilijker. Niemand hoort verantwoordelijk te zijn voor iemand anders kinderwens: de keuze moet volledig vrij zijn, zonder druk.

Niemand kan voorspellen hoe deze keuze over tien of twintig jaar aanvoelt. Neem je tijd, en stel jezelf de vragen ook. Word je in dat denkproces goed begeleid?

04 · Vormen van donatie

Anoniem, gekend of via wisseldonatie

In België kan je op drie manieren eicellen doneren. De vorm bepaalt wie je eicellen krijgt, wat een kind later over jou kan weten, en welke verwachtingen er rond je donatie ontstaan.

Anonieme donatie

Je eicellen gaan naar wensouders die je niet kent, en zij kennen jou niet. Sinds de wet van 6 juli 2007 is anonimiteit in België de regel: het fertiliteitscentrum mag geen identificerende gegevens over de donor doorgeven.

Daar komt een einde aan. Een donorkind stapte naar de rechter om informatie over haar donor te krijgen. In september 2024 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat het absolute verbod om donorkinderen informatie over hun donor te geven in strijd is met het recht op privéleven (arrest nr. 102/2024). De wetgever moet de regels aanpassen; de huidige bepalingen blijven ten laatste gelden tot 30 juni 2027.

Sinds maart 2025 worden centra die met identificeerbare donoren werken niet meer gesanctioneerd. In 2026 keurde de federale regering een voorontwerp van wet goed dat anonieme donatie afschaft en een centraal donorregister invoert. Het parlement moet die wet nog goedkeuren. Welke gegevens precies bewaard worden, vanaf welke leeftijd een kind ze kan opvragen en wat er gebeurt met eerdere donaties, ligt nog niet definitief vast.

Een Belgisch register stopt wel aan de grens. Eicellen, embryo's en wensouders gaan over landsgrenzen heen, en elk land houdt zijn eigen gegevens bij volgens eigen regels, of soms helemaal niet. Er bestaat geen sluitend transnationaal register. De wet beperkt het aantal vrouwen dat met de eicellen van één donor een kind krijgt tot zes, maar die grens wordt alleen binnen België bewaakt. Niemand kan je dus met zekerheid zeggen hoeveel kinderen er uit jouw donatie geboren worden, in welke landen, en of medische informatie hen en jou bereikt.

Anonimiteit wordt vaak voorgesteld als een bescherming voor de donor. In de praktijk dient ze ook het systeem: zolang donor en donorkind geen gegevens kunnen opvragen, kan niemand van buitenaf nagaan of de regels gevolgd worden. Recente dossiers tonen dat dit geen theoretisch risico is.

  • Tot 2024 had België geen centraal donorregister. Centra konden niet controleren of een donor ook elders doneerde. Het FAGG stelde vast dat minstens 23 donoren voor meer dan zes Belgische vrouwen werden gebruikt en schakelde het parket in (VRT NWS, juni 2025).
  • Intussen telt het FAGG 121 overschrijdingen van die limiet (lijst van het FAGG). Eén centrum overschreed ze alleen al twintig keer, en de lijst wordt nog steeds retroactief aangevuld (De Specialist, september 2026).
  • Met het zaad van één Deense donor met een erfelijke kankervariant werden minstens 197 kinderen verwekt, in 14 landen. Het kwam aan het licht omdat artsen ziekte bij kinderen opmerkten, niet via een register (Euronews, december 2025).

De bekendste voorbeelden gaan over zaaddonatie, maar ook bij eiceldonoren werden overschrijdingen vastgesteld: op de FAGG-lijst staan twee eiceldonoren die bij zeven en acht gezinnen werden gebruikt, in hetzelfde centrum (VRT NWS, juli 2026). De structuur is dezelfde: de informatie zit verspreid over centra en landen, en wie doneerde heeft er geen zicht op. Problemen worden daardoor pas zichtbaar wanneer ze zich al voordoen.

Vraag na:

  • Word ik opgenomen in een register, en met welke gegevens?
  • Kunnen mijn eicellen of de embryo's die ermee gemaakt worden naar het buitenland gaan?
  • Hoe wordt het aantal gezinnen per donor opgevolgd, ook over de grens?

Gekende donatie

Je doneert aan iemand die je kent, bijvoorbeeld een zus, een vriendin of een collega. Dat is in België toegestaan wanneer donor en wensouders dat samen afspreken. Het kind kan later weten wie de donor is, en vaak blijven jullie deel van elkaars leven.

Dat kan mooi zijn, maar het vraagt duidelijke afspraken. Welke rol speel je in het leven van het kind? Wat vertellen jullie het, en wanneer? En wat als jullie relatie verandert? Juridisch ben je geen ouder, maar een emotionele band laat zich niet volledig vastleggen. Een gesprek met een psycholoog, apart en samen met de wensouders, helpt om die vragen vooraf te bespreken.

Let ook op de financiële kant. De kosten van jouw behandeling worden op jouw naam aangerekend. Betalen de wensouders niet, dan kan het ziekenhuis zich tot jou richten om de factuur te innen. Maak daar vooraf duidelijke, schriftelijke afspraken over.

Wisseldonatie

Wisseldonatie is een Belgische eigenheid. Wensouders die eicellen van een donor nodig hebben, komen vaak op een wachtlijst die jaren kan duren. Brengen ze zelf een donor aan, dan gaan haar eicellen anoniem naar een ander koppel, en krijgen zij in ruil sneller eicellen van een andere donor. Zo slaan ze een groot deel van de wachtlijst over.

Voor jou als donor betekent dat: je doneert omdat iemand die je kent het je vraagt, maar je eicellen gaan naar mensen die je niet kent. Je hoort meestal niet of er kinderen geboren zijn. Zodra de nieuwe wet van kracht is, kan ook een kind uit een wisseldonatie later informatie over jou opvragen.

Voor het systeem is wisseldonatie ook een manier om de groep beschikbare donoren te vergroten. Wensouders werken zo als een soort informele rekruteerders, terwijl het voor jou als donor warm en persoonlijk kan aanvoelen. Net zoals bij anonieme donatie is er achteraf geen structuur die controleert hoe je eicellen gebruikt worden en of dat binnen je toestemming blijft.

Het is goed om vooraf stil te staan bij wat dit met zich meebrengt:

  • Druk. Een vraag van een zus of vriendin, met een jarenlange wachtlijst als alternatief, is moeilijk te weigeren. Nee zeggen kan voelen alsof je iemand haar kinderwens ontneemt.
  • Wie informeert je? Je wordt aangebracht door de wensouders, en zij hebben er belang bij dat je doorgaat. Het is belangrijk dat je ook los van hen, door het centrum, volledig wordt geïnformeerd over de behandeling en de risico's.
  • Ongelijke uitkomsten. Je kent het gezin dat je wilde helpen, maar niet het gezin waar je eicellen terechtkomen. Dat kan later ingewikkeld aanvoelen, zeker als het ene traject lukt en het andere niet.

Vraag na:

  • Word ik door het centrum zelf, apart van de wensouders, geïnformeerd en begeleid?
  • Kan ik mij op elk moment terugtrekken, zonder dat de wensouders te horen krijgen waarom?
  • Wat gebeurt er met hun behandeling als mijn donatie niet doorgaat of weinig eicellen oplevert?

Checklist · afdrukken en meenemen naar je consultatie

Ik Zit Met Een Ei · checklist eiceldonatie ikzitmeteenei.be

Vragen om mee te nemen naar je consultatie

Vink af wat je hebt gevraagd en schrijf het antwoord erbij. Zo weet je achteraf precies wat je werd verteld, door wie en wanneer. Je arts is wettelijk verplicht je correct te informeren.

Datum Fertiliteitscentrum
Arts of vroedvrouw Contactpersoon bij problemen

1 · Algemeen

Procedure, begeleiding en ervaringen van andere donoren

  • Hoe verloopt een standaardprocedure tot donatie, en welke stappen moet ik doorlopen?
  • Is er een mogelijkheid om met andere donoren te praten en hun ervaring te horen?
  • Wat houdt de psychologische opvolging vanuit de instelling precies in, en waarom gebeurt die?
  • Kan een psycholoog beslissen dat ik niet geschikt ben, en wat is daarin doorslaggevend?
  • Hoeveel sessies moet ik volgen?

2 · De eicelpunctie

Verloop, verdoving, complicaties en bestemming van je lichaamsmateriaal

  • Hoe verloopt de punctie precies, en doet ze pijn?
  • Gebeurt dit onder plaatselijke verdoving? Kan ik dat weigeren of voor een ander type kiezen?
  • Kan er iets mislopen, hoe vaak gebeurt dat, en wie controleert die gegevens?
  • Wat gebeurt er bij complicaties, en word ik vergoed voor lichamelijke schade? Onder welke wet?
  • Is er een verzekering die schade aan mij als donor dekt, ongeacht de oorzaak? (art. 17, wet 19 dec. 2008)
  • Als de wensouders niet alle eicellen gebruiken, wat gebeurt er dan met mijn lichaamsmateriaal?
  • Wordt er winst gemaakt met mijn donatie?
  • Wordt mijn materiaal gebruikt voor transnationale behandelingen? Kan ik dat weigeren, en hoe wordt dat verzekerd?
  • Als ik het resterende materiaal doneer aan wetenschappelijk onderzoek, wat houdt dat precies in?

3 · Hormonen

Behandeling, bijwerkingen, stoppen en opvolging op lange termijn

  • Hoe zwaar is de hormonenbehandeling, en waar mag ik mij precies aan verwachten?
  • Kan ik tijdens de procedure stoppen, om welke reden ook? Wie draagt dan de kosten?
  • Krijg ik medische en psychologische begeleiding bij bijwerkingen, en in welke vorm?
  • Zijn er bijzondere risicofactoren op mij van toepassing, zoals endometriose of PCOS?
  • Kan ik kiezen voor een lichtere hormonale stimulatie?
  • Kan ik altijd iemand bereiken als er iets misloopt? Wie contacteer ik dan?
  • Houdt mijn donatie een risico in op gevolgen op lange termijn, en hoe wordt dit opgevolgd?

4 · Rechten, plichten en vergoeding

Contract, kosten, eigendom en beslissingsrecht

  • Welke rechten en plichten heb ik tegenover de wensouders, een eventueel kind en de instelling?
  • Hebben de instelling en de wensouders ook plichten tegenover mij, en waar staat dat beschreven?
  • Word ik betaald voor een eiceldonatie, en telt een onkostenvergoeding als betaling?
  • Wat reken ik mee in die vergoeding: werkuren, verplaatsingen, afspraken, ongemak, ziektedagen?
  • Hoe verhoudt mijn vergoeding zich tot wat de kliniek voor de behandeling ontvangt?
  • Welke kosten betaal ik zelf: behandeling, ingreep, jaarlijkse opslag?
  • Hoe wordt het contract met de instelling en de wensouders opgesteld, en wie begeleidt mij daarbij?
  • Wie beslist over de overschot aan eicellen, en wat zijn mijn opties als ze wettelijk eigendom zijn van de wensouders of de instelling?

5 · Vragen aan mezelf

Deze vragen stel je niet aan de kliniek, maar aan jezelf

  • Neem ik deze beslissing volledig vrijwillig, zonder druk van wie ook, bewust of onbewust?
  • Hoe zou ik mij voelen als een donorkind later contact met mij of mijn familie zoekt?
  • Wat als dat kind vragen heeft over gezondheid, afkomst of genetische broers en zussen?
  • Wat doe ik als de donatie iets onverwachts blootlegt over mijn eigen gezondheid?
  • Word ik in dit denkproces goed begeleid, en door iemand zonder eigen belang bij mijn beslissing?

6 · Notities

Schrijf hier op wat je werd verteld, wie het zei, en wat je nog wil natrekken.

Deze checklist is samengesteld door vzw Ik Zit Met Een Ei op basis van eigen informatie en van de wet van 19 december 2008 betreffende het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal. Ze vervangt geen medisch of juridisch advies.

vzw Ik Zit Met Een Ei · checklist eiceldonatie info@ikzitmeteenei.be

Onderzoek

Wat zeggen antropologische studies?

Drie onderzoeksters verdiepten zich in de leefwereld van eiceldonoren: hun lichaam, hun ervaringen en hoe klinieken met hen omgaan. Kort samengevat wat ze ontdekten.

Onderzoekster 01

Diane Tober

Wat ze vond: donoren krijgen vaak onvolledige informatie over de risico's, en opvolging op lange termijn ontbreekt bijna volledig. Donoren worden vaak vooral als leveranciers gezien, minder als patiënten met eigen gezondheidsbelangen.

Onderzoekster 03

Lara Jacxsens

Wat ze vond: kliniekwebsites in het VK, België en Spanje werven donoren met verhalen over schaarste en 'zusterschap', terwijl risico's weinig aandacht krijgen. Ook op blogs van donoren draait het om opoffering en werving. Donoren hebben eerlijke, volledige informatie nodig om écht geïnformeerd te kiezen.

Sommige artikels en boeken staan achter een betaalmuur van de uitgever, dat hebben we duidelijk aangeduid. We linken enkel door naar officiële, legale bronnen: uitgeverspagina's of gratis toegankelijke (open access) versies.

Nog vragen, of wil je je ervaring delen?

Neem gerust contact met ons op. Samen bouwen we aan een sterkere stem voor eiceldonoren.

Scroll naar boven